VSCA
Waterplanten en doorvaarbaarheid
Gezonde watervegetatie behouden en belangrijke vaarverbindingen, havens en toegangswateren bruikbaar en bereikbaar houden.
Waterplanten en doorvaarbaarheid
Waterplanten zijn een belangrijk onderdeel van een gezond watersysteem. Ze bieden beschutting, dragen bij aan de waterkwaliteit en vormen een natuurlijk onderdeel van sloten, vaarten en plassen.
Wanneer bepaalde soorten zich zeer sterk uitbreiden, kunnen zij problemen veroorzaken voor de doorvaarbaarheid en het gebruik van het water.

Cabomba
Cabomba caroliniana
Cabomba, ook wel waterwaaier genoemd, is een invasieve waterplant die zich snel kan uitbreiden. De plant groeit onder water en kan lange, dichte pakketten vormen die grote delen van een watergang vullen.
Bij sterke begroeiing kunnen boten moeilijker doorvaren en kunnen planten rond schroeven en aandrijvingen terechtkomen. Losgeraakte plantdelen kunnen bovendien wegdrijven en op andere plaatsen opnieuw uitgroeien. Hierdoor kan de soort zich binnen een verbonden watersysteem verder verspreiden.

Vederkruid
Myriophyllum heterophyllum
Vederkruid vormt lange onderwaterstengels met fijn verdeelde bladeren. Vooral invasieve soorten, zoals ongelijkbladig vederkruid, kunnen plaatselijk zeer dichte begroeiingen ontwikkelen.
Wanneer de planten tot vlak onder of aan het wateroppervlak groeien, kunnen zij vaarwegen vernauwen en het varen bemoeilijken. Ook bij vederkruid kunnen losse plantdelen bijdragen aan verdere verspreiding.

Fonteinkruid
Potamogeton
Fonteinkruiden behoren van nature tot veel Nederlandse wateren en zijn ecologisch waardevol. Onder gunstige omstandigheden kunnen sommige soorten echter zeer sterk groeien.
Dichte velden van fonteinkruid kunnen grote delen van ondiepe wateren innemen. Vooral in havens, smalle vaarverbindingen en toegangswateren kan dit hinder geven voor boten en de bereikbaarheid van ligplaatsen beperken.
Bij fonteinkruid gaat het daarom niet om het bestrijden van een invasieve exoot, maar om het vinden van een goede balans tussen de ecologische waarde van de planten en het bevaarbaar houden van het water.
Toenemende druk op vaarwegen
Wanneer waterplanten grote oppervlakten dichtgroeien, kunnen vaargeulen smaller worden of plaatselijk vrijwel verdwijnen. Problemen ontstaan vooral in ondiepe wateren, havens, toegangsvaarten en locaties met weinig doorstroming.
De gevolgen kunnen bestaan uit:
- verminderde doorvaarbaarheid;
- planten in schroeven en aandrijvingen;
- moeilijk bereikbare ligplaatsen;
- beperking van recreatief gebruik;
- extra onderhoud aan havens en toegangswateren.
Daarom is het belangrijk om de ontwikkeling van waterplanten tijdig te volgen. Niet iedere waterplant vraagt om dezelfde aanpak. Bij invasieve soorten ligt de nadruk vooral op het beperken van verspreiding en gericht verwijderen. Bij inheemse soorten zoals fonteinkruid gaat het vooral om zorgvuldig beheer op plaatsen waar de begroeiing de doorvaarbaarheid daadwerkelijk belemmert.
Het uitgangspunt blijft dat gezonde watervegetatie behouden moet blijven, terwijl belangrijke vaarverbindingen, havens en toegangswateren bruikbaar en bereikbaar blijven.
